Leerjaar 2

Beroepsopleiding Klassiek Shiatsu Therapeut

Wat is Shiatsu?

Algemene Kennis

Jitske Dijkstra
Leerjaar 1

Therapeutische vorming: Overdracht & Tegenoverdracht

Overdracht en tegenoverdracht zijn begrippen uit de psychoanalytische en psychodynamische therapieën die worden gebruikt om de dynamiek te beschrijven die zich ontwikkelt tussen een cliënt en een therapeut. Deze begrippen zijn ook relevant in andere vormen van hulpverlening, waaronder situaties van afhankelijkheid. Hier volgt een uitleg van beide begrippen:


1. Overdracht:

Definitie: Overdracht verwijst naar de onbewuste projectie van gevoelens, gedachten en ervaringen uit het verleden van de cliënt op de therapeut. Het is als het ware het overbrengen van emoties en reacties die oorspronkelijk gerelateerd zijn aan belangrijke figuren uit het leven van de cliënt, zoals ouders of verzorgers, op de therapeut.

Voorbeeld: Als een cliënt bijvoorbeeld moeilijkheden heeft gehad in de relatie met zijn vader, kan hij onbewust deze gevoelens van teleurstelling of boosheid op de therapeut projecteren als de therapeut hem herinnert aan zijn vader.


2. Tegenoverdracht:

Definitie: Tegenoverdracht verwijst naar de onbewuste reacties en gevoelens die de therapeut ervaart jegens de cliënt als gevolg van de overdracht. Het zijn de emoties en reacties van de therapeut die voortkomen uit zijn eigen onverwerkte ervaringen en persoonlijke geschiedenis, en die onbedoeld op de cliënt kunnen worden overgedragen.

Voorbeeld: Als een therapeut bijvoorbeeld onbewust herinneringen heeft aan zijn eigen broer wanneer hij met een cliënt werkt die vergelijkbare kenmerken heeft, kan dit leiden tot tegenoverdracht.

In situaties van afhankelijkheid, zoals in een therapeutische relatie of andere vormen van begeleiding, kunnen overdracht en tegenoverdracht van invloed zijn op de dynamiek tussen de betrokkenen. 

Het bewust worden van deze dynamieken is belangrijk, omdat het de therapeut in staat stelt om met meer inzicht en effectiviteit met de cliënt te werken. Dit bewustwordingsproces kan bijdragen aan het begrijpen van patronen, het vermijden van ongezonde interacties en het faciliteren van positieve verandering in het gedrag en de emoties van de cliënt.

Voorbeelden uit de praktijk

Hier zijn vijf voorbeelden uit de praktijk van overdracht en tegenoverdracht, waarbij een therapeut of begeleider betrokken is:


Overdracht:

Voorbeeld: Een cliënt ontwikkelt sterke bewondering voor de therapeut, vergelijkbaar met gevoelens die hij in zijn jeugd had voor een betrouwbare leraar. De cliënt projecteert de positieve gevoelens van waardering op de therapeut, wat de therapeutische relatie kan beïnvloeden.


2. Tegenoverdracht:

Voorbeeld: Een therapeut voelt sterke sympathie voor een cliënt die worstelt met een probleem dat de therapeut zelf in het verleden heeft ervaren. De therapeut kan geneigd zijn om persoonlijk betrokken te raken en onbewust zijn eigen ervaringen op de cliënt over te dragen.


3. Overdracht:

Voorbeeld: Een cliënt heeft moeite met het opbouwen van vertrouwen en voelt zich vaak afgewezen. Tijdens de therapie begint de cliënt de therapeut te wantrouwen en projecteert hij gevoelens van afwijzing op de therapeut, wat de therapeutische relatie bemoeilijkt.


4. Tegenoverdracht:

Voorbeeld: Een therapeut voelt zich gefrustreerd en machteloos wanneer een cliënt herhaaldelijk weigert zijn advies op te volgen. De therapeut kan zijn eigen gevoelens van onmacht overdragen op de cliënt, wat de dynamiek binnen de therapie beïnvloedt.


5. Overdracht en tegenoverdracht:

Voorbeeld: Een cliënt vertoont agressief gedrag tijdens de sessies, wat herinneringen oproept aan een traumatische ervaring uit het verleden van de therapeut. De therapeut kan angst of irritatie ervaren als reactie op de agressie van de cliënt, wat zowel overdracht als tegenoverdracht weerspiegelt.

Herkenning overdracht & tegenoverdracht


Het herkennen van overdracht en tegenoverdracht vereist een zorgvuldige zelfreflectie en bewustzijn van de therapeut of begeleider. Hier zijn enkele signalen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van overdracht en tegenoverdracht:


Signalen van overdracht (bij de cliënt):


1. Intense emoties:

De cliënt vertoont ongewoon sterke emotionele reacties op de therapeut die niet in verhouding staan tot de huidige situatie.


2. Herhalende patronen:

De cliënt herhaalt onbewust patronen uit eerdere relaties met belangrijke personen in zijn leven, zoals ouders of verzorgers.


3. Sterke affectie of afkeer:

De cliënt ontwikkelt intense gevoelens van genegenheid, liefde of afkeer jegens de therapeut die buitenproportioneel lijken.


4. Onrealistische verwachtingen:

De cliënt heeft onrealistische verwachtingen van de therapeut, zoals het verwachten dat de therapeut alle problemen zal oplossen of de rol van een specifieke persoon uit het verleden zal vervullen.

Signalen van tegenoverdracht (bij de therapeut):


1. Sterke emotionele reacties:

De therapeut merkt intense emoties op die niet direct gerelateerd zijn aan de huidige situatie, bijvoorbeeld gevoelens van irritatie, sympathie of overbezorgdheid.


2. Ongebruikelijke gedragsreacties:

De therapeut merkt dat zijn eigen gedrag jegens de cliënt ongewoon is, zoals vermijding van bepaalde onderwerpen of overmatige betrokkenheid.


3. Herinneringen en flashbacks:

De therapeut ervaart onverwachte herinneringen of flashbacks naar zijn eigen verleden, vooral als ze emotioneel geladen zijn.


4. Verandering in houding:

De therapeut merkt een onbewuste verandering in zijn houding ten opzichte van de cliënt, bijvoorbeeld het ontwikkelen van voorkeur voor bepaalde cliënten of het vermijden van anderen.


5. Eigen onbewuste projecties:

De therapeut merkt dat hij onbewust zijn eigen ervaringen, gevoelens of overtuigingen projecteert op de cliënt.

Niet herkende overdracht & tegenoverdracht


Niet-herkende overdracht en tegenoverdracht kunnen diverse gevolgen hebben, zowel voor de cliënt als voor de therapeut en de therapeutische relatie. Hier zijn enkele potentiële gevolgen:


Voor de Cliënt:

1. Verstoorde therapeutische relatie:

Als overdrachts- en tegenoverdrachtsdynamieken niet worden herkend en behandeld, kan de therapeutische relatie verstoord raken. Dit kan leiden tot verminderd vertrouwen en effectiviteit van de behandeling.


2. Onopgeloste psychische problemen:

Niet-herkende overdracht kan ervoor zorgen dat diepere psychische problemen van de cliënt niet volledig worden aangepakt, waardoor het potentieel voor genezing of persoonlijke groei beperkt wordt.


3. Herhaling van oude patronen:

Als de therapeut niet bewust is van overdracht, kan de cliënt onbewust oude patronen herhalen in de therapeutische relatie, wat het vermogen om nieuwe, gezondere manieren van interactie te ontwikkelen belemmert.


Voor de Therapeut:


1. Burn-out en emotionele uitputting:

Het niet herkennen van tegenoverdracht kan leiden tot overmatige emotionele betrokkenheid bij de problemen van de cliënt, wat kan resulteren in burn-out en emotionele uitputting bij de therapeut.


2. Verminderde professionele effectiviteit:

Niet-herkende tegenoverdracht kan de professionele effectiviteit van de therapeut verminderen doordat zijn eigen onverwerkte emoties en reacties de interventies beïnvloeden.


3. Verhoogd risico op fouten:

Onbewuste tegenoverdracht kan leiden tot interpretatiefouten en verkeerde inschattingen van de behoeften van de cliënt, wat het risico op fouten in de diagnostiek en behandeling vergroot.

Voor de therapeutische relatie:

1. Verlies van vertrouwen:

Als overdrachts- en tegenoverdrachtskwesties niet worden aangepakt, kan dit leiden tot een verlies van vertrouwen in de therapeutische relatie. De cliënt kan zich niet begrepen of gesteund voelen.


2. Vervormde dynamiek:

Onherkende dynamieken kunnen de therapeutische relatie vertroebelen en een vervormde dynamiek creëren, waarbij de interactie meer wordt beïnvloed door onbewuste processen dan door bewuste intenties.


Het is cruciaal voor therapeuten om regelmatig zelfreflectie te beoefenen, supervisie te zoeken en open communicatie met collega's te onderhouden om overdrachts- en tegenoverdrachtsdynamieken te herkennen en aan te pakken. Het bewustzijn van deze dynamieken draagt bij aan een gezonde therapeutische relatie en bevordert een effectieve en ethische behandeling.

Therapeutische vorming: Onderscheid Coaching & Therapie

Coaching en therapie zijn beide vormen van begeleiding, maar ze verschillen op verschillende manieren, waaronder het doel, de focus, de aanpak en de aard van de problemen waarmee ze zich bezighouden. Hier zijn de belangrijkste verschillen tussen coaching en therapie:


1. Doel:

Coaching: Het hoofddoel van coaching is het helpen van individuen om specifieke doelen te bereiken, vaak gerelateerd aan persoonlijke ontwikkeling, loopbaanvooruitgang, prestatieverbetering of levensdoelen. Coaching richt zich op het maximaliseren van het potentieel en de prestaties van een persoon.

Therapie: Therapie is gericht op het behandelen van psychische aandoeningen, emotionele problemen, traumatische ervaringen en het verbeteren van de algehele geestelijke gezondheid. Het hoofddoel is het verminderen van psychisch lijden en het bevorderen van emotioneel welzijn.


2. Focus:


Coaching: De focus van coaching ligt vaak op het heden en de toekomst. Het gaat om het identificeren van doelen, het ontwikkelen van strategieën en het overwinnen van obstakels om persoonlijke groei en succes te bevorderen.

Therapie: Therapie richt zich vaak op het verleden, heden en hoe deze elkaar beïnvloeden. Het behandelt emotionele en psychologische problemen diep, waarbij de therapeut de cliënt helpt inzicht te krijgen in zijn of haar gedachten, gevoelens en gedrag.


3. Aanpak:

Coaching: De coach werkt samen met de cliënt op basis van gelijkwaardigheid. De nadruk ligt op het stellen van doelen, het ontwikkelen van actieplannen en het bieden van ondersteuning en begeleiding om de cliënt te helpen slagen.

Therapie: De therapeut gebruikt vaak verschillende therapeutische benaderingen, afhankelijk van de aard van de problemen. Dit kan onder meer praten, het verkennen van emoties, gedragstherapie, en diepere psychodynamische benaderingen omvatten.


4. Aard van de problemen:

Coaching: Coaching richt zich meestal op specifieke doelen, gedragingen of prestatieverbeteringen. Het behandelt over het algemeen geen ernstige psychische stoornissen.

Therapie: Therapie is geschikter voor het behandelen van psychische aandoeningen, zoals depressie, angststoornissen, trauma en andere emotionele problemen. Cognitieve gedragstherapie is een voorbeeld van therapie die wordt ingezet om de gedachten die het gedrag en gevoelens bepalen, positief te veranderen. 

Hoewel deze verschillen bestaan, is het belangrijk op te merken dat er overlap kan zijn en dat de grenzen tussen coaching en therapie niet altijd strikt zijn. Sommige professionals combineren elementen van beide benaderingen, afhankelijk van de behoeften van de cliënt.