Onderstaande tekst overgenomen uit het boek: “Goed bedoeld moeilijk maken” van Ariane van Heijningen (een bijzondere aanrader als je wilt leren en oefenen met gespreksvoering).
Een vraag is een vraag als je:
Een vraag is als gereedschap: Het is een middel om in denkwereld van de ander te komen. Je kunt de vraag inzetten als bescheiden nijptijp, brute drilboor, subtiel schuurpapier of als lompe koevoet. Zoals bij ieder gereedschap hangt het resultaat af van hoe je het gebruikt. Met een beitel kun je een kunstwerk uit een steen houwen, maar met teveel kracht of een beetje lompigheid hak je per ongeluk een kop van de romp. Met schuurpapier kun je een oppervalk schuren, maar gebruik je het te zacht dan verandert het niet. Zo werkt het ook met vragen: een vraag als gereedschap werkt zo goed als je het inzet en gebruikt.
Waar draait een goede vraag om?
Geef een vraag de tijd
Geef de vraag tijd om te ontstaan. Ga niet van te voren alvast vragen zitten bedenken. Een van te voren bedachte vraag is alleen maar een obstakel tussen jou en de ander. Het is niet nodig voor te bereiden: de woorden van de ander zijn je houvast. Laat een stilte vallen nadat je een antwoord hebt gekregen en geef jezelf de ruimte om de woorden van de ander te proeven en van daaruit je vraag te formuleren.
Geef het antwoord ook de tijd. Als je ziet dat dat je partner reflexmatig antwoord geeft zonder te reflecteren, vraag dan om te vertragen. “Laat de vraag even inwerken voordat je antwoord geeft” of “Doe even je ogen dicht, terwijl je op het antwoord kauwt”.
Het grappig is dat vertraging juist tot versnelling leidt. Je onderscheidt makkelijker zin van onzin
Stel 1 vraag tegelijk
Herken je dit? Je partner zit tegenover je en komt rechtstreeks van haar werk. “Goeie reis gehad? Kom je rechtstreeks van je werk? Had je file? Is het gelukt de inzichten van ons gesprek van de vorige keer te oefenen?”
Waar moet die ander in hemelsnaam beginnen met antwoord geven. Let maar eens op hoeveel vragen je tegelijkertijd stelt. Mensen doen dit vooral als ze proberen contact te maken. Al ratelend bereiken ze precies het tegenovergestelde. Stel 1 vraag. Kijk de ander aan. En wacht op het antwoord.
Inleiding is afleiding.
Leid je vragen niet onnodig in met bijv. “Eh, ik weet niet of je deze vraag oké vindt, maar …. “ of “Het is misschien niet zo heel belangrijk maar ik ben toch benieuwd naar…..”. of “Ik heb natuurlijk ook niet de wijsheid in pacht, maar ….” Of welke variant dan ook. Inleidingen gaan over jouw zoektocht, jouw ongemak of onzekerheid bij de vraag. Niet over het verhaal van de ander. Laat ze dus achterweg.
Inleiding maken de vraag ook onbedoeld zwaar. Ze verraden vooral de stress van de vragensteller. Kijk maar, welke vraag ligt het zwaarst op je maag: “Ik denk dat ik je nu een heel spannende vraag ga stellen, maar ik doe het toch….. heb je inderdaad de fatsoensnormen voor grensoverschrijdend gedrag overtreden?” of “Heb je de fatsoensnormen voor grensoverschrijdend gedrag overtreden?”
Als je toch een inleiding wilt: de beste inleiding op de vraag is de ander in de ogen kijken. Daar ontstaat de opening naar een vraag. De deur die opengaat. De verbinding die iedere confronterende of ontregelende vraag mogelijk maakt zonder in strijd terecht te komen. Probeer het maar.
Durf simpel en kort te zijn
Laat onnodige complexiteit en hoogdravendheid achterwege (om wellicht jouw overwicht of status te benadrukken). Zeg niet: “Stem je ermee in om de causale verbanden tussen jouw particuliere levenservaringen en de daaruit resulterende cognitieve en gedragsmatige patronen te onderzoeken”, maar zeg: “Is het oké om te kijken welke ervaringen invloed hebben gehad op wat je nu denkt en voelt?”
Gebruik ook korte zinnen als je vragen stelt. De vraag moet voor de ander in 1 keer te onthouden zijn.
Wees precies in je vraag
Gebruik niet algemene bewoording maar herhaal woorden die je partner zelf gebruikt die verduidelijking nodig hebben.
Stel je gesprekspartner zeg: “Ik ben zoekende in hoe ik mijn collega aanspreek op zijn vrouwonvriendelijke grappen. Zeker omdat ik al gevoeliger ben dan de meeste mannelijke collega’s – althans, dat zeggen ze – wil ik niet als een sulletje overkomen. Collega’s maakten ook al grappen over mijn roze hemd, dat dat toch wel erg vrouwelijk was”.
Vraag dan niet: “Hoe voelt dat?” want wat bedoel je precies met ‘dat’?
Gaat dat over zijn zoektocht naar de juiste spreekvorm?
Of over hoe de grap over zijn overhemd is gevallen?
Of over het geheel?
Een precieze vraag is bijv.: “Hoe voelt dat als collega’s grappen maken over je roze overhemd?”
Wees een echoput
Een specifieke manier van precies zijn is het zijn van een echoput.
Dat is de manier om bij de ander te blijven en tegelijkertijd te onderzoeken wat de ander zegt. Je kaatst de woorden van de ander letterlijk terug.
Terugkaatsten luistert nauw.
Voorbeeld: Jan is de client, Jannie de begeleider.
Jan: Ik ben gewoon altijd heel erg zenuwachtig als ik tegenover een groep sta.
Jannie: Wat maakt je zo onzeker?
Jan Onzeker is zwaar overdreven, ik vind het gewoon soms lastig.
Natuurlijk corrigeert Jan Jannie omdat hij niet wil dat ze woorden in de mond legt. Maar nu maakt hij er een heel nieuw verhaal van. Van altijd naar soms. Van heel zenuwachtig naar gewoon lastig. Door fout te terug te kaatsen ontstaat ruis in het gesprek, onduidelijkheid. Dit had Jannie kunnen voorkomen door als een echoput te echoën: “Zenuwachtig?”
Vermijd sturende bijwoorden
Ervaar het verschil tussen: “Ben je eigenlijk wel van plan om af te vallen?” en “Ben je van plan om af te vallen?”
De eerste suggereert dat de ander niet van plan is af te vallen.
Op de tweede vraag liggen alle antwoorden open.
Bijwoorden:
“Heb je nog geen promotie gemaakt?”
“Ben je toch gaan lopen?”
“Maar waarom heb je er niets van gezegd?”
Bijwoorden vermorzelen de openheid van de vraag doordat ze de geslotenheid van de vragensteller erdoorheen laten schemeren. Vermijd sturende bijwoorden.
Stel gerust gesloten vragen maar dan anders
Een vraag is pas een vraag als je het antwoord niet weet en je bereid bent te luisteren. Met die intentie kun je heel goed vragen stellen waar technisch gezien maar beperkte antwoord mogelijkheden zijn: “ja” of “nee”. Deze noemen we traditioneel: gesloten vragen.
Dit is ons altijd geleerd: stel geen gesloten vragen!
Verwijder die roep uit je systeem. Gesloten vragen kunnen bijzonder nuttig zijn. Ze laten de ander nl een standpunt innemen. Dat kan heel verhelderend zijn voor je gesprekspartner en het gesprek.
Gebruik dit bij de kunst van identificeren: wat is belangijker A of B?
Is deze vraag beter dan de vorige of niet?
Maar ook de traditionele gesloten vraag kan helderheid bieden:
“Ben je tevreden met je huidige baan?”
“Is het belangrijk zingeving te voelen in je werk? “
“Heeft hij jou wel of niet uitgescholden?”
Eerst helderheid scheppen, daarna verdiepen.
Een vraag is nooit neutraal
Ook al streef je ernaar je vragen zo oordeelvrij mogelijk te maken, er gaat altijd een zekere sturing uit van je vragen. Je vraag baseer je nl op je intuïtie waar je het interessantste antwoord kunt vinden. Het is goed je daar bewust van te zijn. Stel je gesprekspartner zegt: “Een rechtzaak is nooit een echte oplossing”, dan zou je bijv. kunnen vragen: “Wanneer is iets wel een echte oplossing?” Je vraagt naar de criteria van een echte oplossing.
“Waarom is het dit nooit een echte oplossing?” Je vraagt naar de argumenten.
“Voor wie is dit nooit een echte oplossing?” Je vraagt naar het speelveld van de oplossing.
Het is goed om te weten waar de vraag precies naar vraagt.
Wat is?
“Wat is een goede samenwerking?”
“Wat is onvoorwaardelijke liefde?”
“Wat is rechtvaardig?”
“Wat is” zoekt naar de definitie of kenmerken van het begrip.
Hoe?
“Hoe zorg ik ervoor dat racisme in Nederland stopt?”
“Hoe krijg ik meer waardering van mijn vrouw?”
De “hoe?” vraag zorgt voor een plan van aanpak.
Wanneer ?
“Wanneer ben ik een goede gesprekspartner?”
“Wanneer mag je stoppen met je best doen?”
“Wanneer is ons team geslaagd in deze opdracht?”
Met de “wanneer” vraag ben je op zoek naar voorwaarden, criteria op basis waarvan je iets kunt toetsten.
Waarom?
“ Waarom ben ik altijd zo boos?”
“Waarom heb je haar niet teruggebeld?”
“Waarom is deze organisatie zo bureaucratisch?”
De “waarom” vraag vraagt naar redenen achter een bepaalde mening of aanname.
In veel communicatie trainingen is geleerd dat de ‘waarom’ vraag te aanvallend kan zijn.
“Wat maakt dat” zou minder aanvallend zijn.
Onzin.
“Waarom ben je altijd zo boos?”
“Wat maakt dat je altijd zo boos bent” kan met een dusdanige intonatie gesteld worden dat de persoon nooit meer met je wil praten.
Terwijl “waarom ben je altijd zo boos?” een uitnodiging kan zijn tot het delen van kwetsbaren onzekerheden wanneer je de vraag stelt met een intonatie zonder oordeel.
‘Waarom’ vervangen door ‘wat maakt’ heeft geen enkel nut, als er geen oordeelloze intentie achter zit.
Er is wel een andere reden om op te letten met de ‘waarom’ vraag.
“Waarom” vraagt naar een argument, niet naar een oorzaak.
Mensen komen vaak wel met een ‘trigger’ die hun gedrag veroorzaakt.
Stel je vraagt: “Waarom raakte je in paniek?”
En iemand zegt: “Omdat mijn collega’s arm bloedde”.
Dan geeft hij een “waardoor” antwoord op een “waarom” vraag.
Dit antwoord kan laten zien waardoor paniek ontstaat maar niet waarom paniek een redelijke oplossing is in die situatie.
Een andere reden om op te letten met de waarom vraag is psychologiseren.
De vraag: “Waarom voel je je alleen als je partner niet doet wat jij wilt?”
Antwoord: “Omdat ik mij in mijn jeugd vaak niet gehoord heb gevoeld”. En voordat je het weet ga je als therapeut iemands jeugd analyseren.
En dat kan op dat moment totaal niet de bedoeling zijn van het gesprek.
Voor wie of waarvoor?
“Voor wie is dit een uitdaging?”
“Waarvoor ben je zo hard aan het werk?”
“Voor wie of wat is dit van belang?”
Je zoekt naar perspectieven.
Als iemand zegt: “De zaak is opgelost”. Kun je vragen “Voor wie is de zaak opgelost?”
Het helpt de ander bewust te maken vanuit welk perspectief naar de wereld wordt gekeken.
1. Exploreren van de klacht en het lichaam
.
2. Verband leggen tussen lichaam en emoties
.
3. Persoonlijke betekenis en reflectie
.
4. Onderliggende patronen en overtuigingen
.
5. Verandering en heling
.
Omgaan met weerstand in een gesprek: voorbeeld vragen
Hier is een lijst met vragen die je kunt gebruiken als iemand in verweer gaat of vermijdend gedrag vertoont. Deze vragen helpen om weerstand te verzachten, zelfreflectie uit te lokken en het gesprek open te houden. Ik heb ze onderverdeeld op basis van de soort weerstand die iemand kan vertonen.
.
1. Ontkennen of bagatelliseren ("Het valt wel mee")
.
2. Rationaliseren ("Ja, maar…")
.
3. Vermijden door afleiding ("Ik weet het niet" of gesprek ontwijken)
.
4. Defensief reageren ("Dat slaat nergens op" of boos worden)
.
5. Projecteren of de schuld bij iets/iemand anders leggen ("Dat ligt niet aan mij")
.
6. Vast blijven zitten in een slachtofferrol ("Ik kan er niets aan doen")
.
7. Terugkaatsen ("Jij snapt dit niet" of "Dat is makkelijk praten")
.
Deze vragen helpen om weerstand niet te forceren, maar rustig te begeleiden naar inzicht.
Spiegelende vragen voor diepere reflectie
Hier is een lijst met spiegelende vragen die je kunt inzetten om mensen dieper te laten reflecteren op hun eigen gevoelens, gedrag en overtuigingen. Spiegelende vragen helpen iemand om zichzelf terug te zien in het gesprek en kunnen confronterend maar ook verhelderend zijn.
.
1. Spiegeling van gevoelens en emoties
.
2. Spiegeling van overtuigingen
.
3. Spiegeling van gedrag
4. Spiegeling van keuzes en verantwoordelijkheid
.
5. Spiegeling van verlangens en mogelijkheden
.
Spiegelende vragen zijn krachtig omdat ze iemand uit een automatische reactie halen en echt laten voelen en nadenken. Ze werken goed bij coaching, therapie en diepgaande gesprekken omdat ze mensen tot een nieuwe waarheid brengen. Ze kunnen het oude patroon en gedrag loslaten. Dit geeft een diep gevoel van bevrijding en ontspanning.
Do’s and Don’ts in een therapeutisch gesprek
Do’s – Wat wél doen voor een veilig therapeutisch gesprek
1. Creëer een veilige en respectvolle sfeer
2. Wees helder over het kader en de grenzen
3. Stel nieuwsgierige vragen
4. Ondersteun zonder overnemen
5. Creëer een gelijkwaardige en empathische relatie
6. Houd rekening met culturele en persoonlijke verschillen
Don’ts – Wat níet doen in een therapeutisch gesprek
1. Vermijd oordeel, ongevraagd advies en oplossingen aandragen
Zinnen die onveilig kunnen voelen:
2. Geen invullen of labelen
Vermijd aannames over hoe iemand zich zou moeten voelen.
3. . Niet pushen of forceren
5. Vermijd te veel praten over jezelf
6. Geen ongepaste aanraking of afstand
7. Geen bagatellisering of minimaliseren van emoties
8. Geen overmatige stilte of afstandelijkheid
.
Conclusie: het doel van een veilig therapeutisch gesprek
Een goed gesprek gaat niet over snelle oplossingen of diagnoses, maar over ruimte geven aan wat er is, zonder oordeel. Je begeleidt de ander in een eigen proces van zelfonderzoek en bewustwording, zonder te sturen of te forceren. Durf caring confronting te zijn. Durf ook emoties op te roepen en zorg dat je daar als begeleider mee om kunt gaan. Emoties hoeven niet direct gesust te worden. Geef je gesprekspartner zoveel ruimte als nodig. Blijf empathisch en neutraal zonder bemoederend te worden. Als iemand emotie toont is die persoon niet zielig; emoties zijn een manier op gevoelens te uiten.