Leerjaar 3

Beroepsopleiding Klassiek Shiatsu Therapeut

Wat is Shiatsu?

Therapeutische vaardigheden: het voeren van een goed gesprek

In dit document neem ik je mee in de belangrijkste aspecten van een goed therapeutisch gesprek. 

Hieronder volgen eerst samenvattend de aspecten die belangrijk zijn in een gesprek en het maken van rapport. 

Daarna worden de verschillende aspecten uitgebreider besproken en worden per onderdeel praktijk voorbeelden uitgewerkt. 

Onderwerp 1: Therapeutische relatie: rapport maken

In een therapeutisch gesprek verwijst rapport maken naar het proces van het opbouwen van een vertrouwensband en een goede werkrelatie tussen de therapeut en de cliënt. Het gaat om het creëren van een omgeving waarin de cliënt zich veilig, gehoord en begrepen voelt, zodat ze zich open kunnen stellen en hun gevoelens, gedachten en zorgen kunnen delen.

Theorie met concrete uitleg:

  • Wederzijds vertrouwen:

Hoe bouw je vertrouwen op? 

Vertrouwen opbouwen vereist consistentie in gedrag. Dit betekent dat de therapeut op tijd is, afspraken nakomt, en een omgeving creëert waarin de cliënt zich veilig voelt. Vertrouwen kan ook worden bevorderd door geduldig te zijn; je laat de cliënt in zijn eigen tempo praten zonder te pushen. Het tonen van interesse door vragen te stellen over hoe de cliënt zich voelt en waar hij of zij staat in het proces, is ook essentieel. Actief tonen dat je luistert en begrijpt draagt verder bij aan het opbouwen van vertrouwen.

  • Communicatie en empathie:

Hoe toon je empathie?

Empathie gaat verder dan alleen luisteren naar wat de cliënt zegt. Het houdt in dat je je inleeft in de gevoelens van de cliënt. Dit kan door middel van actief en  reflectief luisteren, waarbij je teruggeeft wat je denkt dat de cliënt bedoelt. Bijvoorbeeld: "Het klinkt alsof je je gefrustreerd voelt omdat je niet verder lijkt te komen." De lichaamstaal van de therapeut is ook belangrijk: een open houding, zacht oogcontact, en knikken om aan te geven dat je luistert, ondersteunen het empathische proces.

  • Respect:

Wat houdt respect in de praktijk in? 

Respect wordt getoond door de autonomie van de cliënt te respecteren. Dit betekent dat je de cliënt niet probeert te veranderen of te dwingen een bepaalde richting in te gaan. Bijvoorbeeld, als een cliënt besluit een andere behandelmethode te proberen, ook al denk je dat die misschien niet werkt, kun je zeggen: "Ik respecteer je keuze en sta achter je, wat je ook besluit te doen." Respect is ook te zien in kleine dingen, zoals de manier waarop je naar de cliënt luistert zonder te onderbreken of te oordelen.

  • Professionaliteit en grenzen:

Hoe stel je grenzen op een respectvolle manier? 

Als een cliënt bijvoorbeeld probeert een vriendschappelijke band met je te ontwikkelen buiten de therapie, is het belangrijk om duidelijk te zijn zonder de cliënt te kwetsen. Een mogelijk antwoord zou kunnen zijn: "Ik waardeer je uitnodiging, maar om de professionele relatie te beschermen, kan ik helaas geen sociale contacten buiten de therapiesessies aangaan."

  • Tegenoverdracht:

Wat is tegenoverdracht en hoe herken je het? 

Tegenoverdracht gebeurt wanneer de therapeut zijn of haar eigen onbewuste emoties projecteert op de cliënt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer een cliënt de therapeut aan een vriend of familielid doet denken, waardoor de therapeut zich anders gaat gedragen dan normaal. Om dit te herkennen, kan de therapeut zich afvragen of zijn/haar emotionele reactie passend is voor de situatie, of dat het misschien wordt beïnvloed door persoonlijke ervaringen. Reflectie en supervisie zijn belangrijk om tegenoverdracht te identificeren en te beheersen.

Uitwerking praktijkvoorbeeld:

Voorbeeld: Een cliënt heeft moeite om zich open te stellen vanwege trauma uit het verleden. De therapeut merkt dat hij ongeduldig wordt omdat de therapie niet snel vordert.

  • Uitwerking: de therapeut moet zijn ongeduld herkennen als een teken van tegenoverdracht en reflecteren op waar dit gevoel vandaan komt. In supervisie kan de therapeut bespreken of zijn eigen behoefte aan snelle vooruitgang wellicht voortkomt uit eerdere ervaringen met andere cliënten of persoonlijke kwesties. Door hier bewust van te zijn, kan de therapeut een stap terugdoen en de cliënt de ruimte geven om op zijn eigen tempo te werken.

Oefeningen:

  1. : laat studenten in tweetallen oefenen met actief luisteren. De ene student vertelt een persoonlijke ervaring, terwijl de ander uitsluitend reflectieve opmerkingen maakt zoals: "Wat ik hoor is dat je je gefrustreerd voelt omdat..." Studenten wisselen daarna rollen en evalueren hoe ze zich voelden in de luisterrol.
  2. : simuleer situaties waarin cliënten de therapeut testen door bijvoorbeeld om persoonlijke informatie te vragen of vriendschappelijke verzoeken te doen. Studenten moeten op een respectvolle maar duidelijke manier hun grenzen aangeven en de situatie bespreken.

.

Onderwerp 2: Grenzen en professionele afstand

Theorie met concrete uitleg:

  • Hoe stel je grenzen in een therapeutische relatie? 

Grenzen stellen begint met een duidelijk intakegesprek waarin de verwachtingen en verantwoordelijkheden van zowel de cliënt als de therapeut worden besproken. Bijvoorbeeld, de therapeut kan aangeven dat communicatie buiten de sessies beperkt is tot noodgevallen. Wanneer een cliënt grenzen overschrijdt door te vaak contact op te nemen buiten de sessie, moet de therapeut vriendelijk maar duidelijk zijn door te zeggen: "We kunnen dit bespreken tijdens onze volgende sessie, omdat ik buiten de sessies om alleen in specifieke situaties contact onderhoud."

  • Hoe handhaaf je fysieke grenzen in lichaamsgerichte therapie?

In een sessie waarbij fysieke aanraking betrokken is, zoals bij shiatsu, moet de therapeut in principe  altijd eerst toestemming vragen voordat hij de cliënt aanraakt. Maar omdat de patient zelf gekozen heeft voor Shiatsu therapie waarbij het vooral gaat om fysieke aanraking, mag je ervan uit gaan dat de aanraking oké is. Je hoeft niet voor iedere handeling toestemming te vragen. Soms, als je in delicate gebieden komt (buik, genitale gebied of borsten bij de vrouw) en je schat in dat het gevoelig kan liggen, dan kun je vertellen wat je gaat doen of de vraag stellen. Een voorbeeldzin zou kunnen zijn: "Ik ga nu uw buik aanraken om gebieden van spanning en ontspanning te zoeken. Is dat oké voor u?" De cliënt moet zich op elk moment comfortabel voelen om te zeggen dat hij of zij zich niet prettig voelt bij een bepaalde aanraking. Aanraking, vragen om toestemming: er is geen standaardregel. Zorg dat je goed contact hebt met je cliënt, vertrouw op je gevoel. Let ook vooral op je eigen projectie. Wat jij niet prettig vindt of wilt, zegt absoluut niets over wat de client wel of niet prettig vindt. Voorkom dus projectie.

  • Dubbele relaties vermijden

Dubbele relaties ontstaan wanneer de therapeut een persoonlijke relatie heeft met de cliënt buiten de therapie om. Dit kan de objectiviteit verstoren en de relatie verwarren. Als een cliënt bijvoorbeeld een buurman is, kan de therapeut overwegen de cliënt door te verwijzen naar een collega om elke vorm van rolverwarring te voorkomen. Dit geldt ook voor vrienden en familie. Je hebt in die specifieke relatie een andere rol en kunt dus niet objectief zijn als therapeut. De therapeut moet altijd de mogelijkheid van dubbele relaties bespreken en actie ondernemen om deze te vermijden.

Uitwerking praktijkvoorbeeld:

Voorbeeld: Een cliënt wil na elke sessie een omhelzing van de therapeut. Hoewel de intentie vriendelijk is, voelt de therapeut zich ongemakkelijk met deze fysieke aanraking.

  • Uitwerking: De therapeut kan de cliënt uitleggen dat fysieke aanraking binnen de therapie beperkt is tot wat professioneel en therapeutisch noodzakelijk is. De therapeut zou kunnen zeggen: "Ik begrijp dat je je dankbaar voelt, maar binnen deze setting is het belangrijk om onze grenzen te behouden. Laten we kijken naar andere manieren waarop je je gevoelens kunt uitdrukken."

Oefeningen:

Creëer scenario’s waarin een cliënt de professionele grenzen test, bijvoorbeeld door vriendschappelijk contact buiten de sessies aan te moedigen. Laat studenten oefenen om duidelijke grenzen te stellen, en vraag daarna om feedback van de groep over hoe de interactie aanvoelde.

Vraag studenten om na te denken over hun eigen grenzen. Laat ze een persoonlijk essay schrijven over waar zij de grenzen trekken in hun eigen werk, en waarom het handhaven van die grenzen belangrijk is voor hun professionele welzijn.

Onderwerp 3: Communicatievaardigheden

Theorie met concrete uitleg:

  • Hoe ziet een actieve luisterhouding eruit?

 Actief luisteren houdt in dat de therapeut zich volledig concentreert op de cliënt, zonder afleiding. Dit betekent dat de therapeut oogcontact houdt, knikt om begrip te tonen, en zich fysiek naar de cliënt toekeert. Vermijd afleidende bewegingen, zoals op je horloge kijken of onderuitgezakt zitten. Daarnaast moet de therapeut regelmatig samenvatten wat de cliënt zegt om aan te tonen dat hij/zij goed luistert: "Dus, als ik het goed begrijp, voel je je momenteel vastgelopen?" Samenvatten en teruggeven voorkomt ruis in de communicatie.

  • Reflectief luisteren

Dit is een techniek waarbij de therapeut herhaalt of parafraseert wat de cliënt heeft gezegd, om te bevestigen dat hij/zij het goed heeft begrepen. Bijvoorbeeld, als de cliënt zegt: "Ik weet niet wat ik moet doen, ik ben zo in de war," kan de therapeut antwoorden: "Het klinkt alsof je op dit moment veel verwarring voelt en niet weet welke kant je op moet."

Uitwerking praktijkvoorbeeld:

Voorbeeld: Een cliënt zegt dat hij zich "oké" voelt, maar de therapeut merkt op dat zijn lichaamstaal iets anders laat zien, bijvoorbeeld door armen over elkaar en een strak gezicht.

  • Uitwerking

De therapeut zou kunnen zeggen: "Je zegt dat je je oké voelt, maar ik merk dat je lichaam een andere boodschap afgeeft. Ik zie dat je armen over elkaar zijn en je gezicht gespannen lijkt. Wil je hier meer over vertellen?" Dit biedt de cliënt de mogelijkheid om dieper in te gaan op zijn of haar werkelijke gevoelens.

Oefeningen:

 Laat studenten in tweetallen werken, waarbij de ene student een verhaal deelt en de andere reflectieve opmerkingen maakt. Bespreek na afloop hoe het is om actief te luisteren en welke non-verbale signalen de communicatie versterkten.

Laat studenten non-verbale communicatie oefenen door te observeren hoe lichaamstaal gevoelens overbrengt. Vraag hen om zonder woorden te communiceren hoe ze zich voelen, en laat anderen raden wat de boodschap is.

  • Parafraseren:

Wat is parafraseren en hoe pas je dit toe?

Parafraseren is een vorm van reflectief luisteren waarbij de therapeut in eigen woorden samenvat wat de cliënt heeft gezegd. Dit geeft de cliënt de kans om te bevestigen dat de therapeut het goed heeft begrepen, of om te verduidelijken wat hij/zij bedoelde. Een voorbeeld van parafraseren: "Als ik het goed begrijp, zeg je dat je moeite hebt om balans te vinden tussen werk en privé."

  • Non-verbale signalen herkennen:

Hoe interpreteer je non-verbale signalen?

Non-verbale communicatie speelt een cruciale rol in elke sessie. De therapeut moet letten op lichaamshouding, gezichtsuitdrukkingen, handgebaren en oogcontact van de cliënt. Als een cliënt zegt zich ontspannen te voelen maar voortdurend aan zijn handen friemelt of wegkijkt, kan dit een teken zijn van innerlijke spanning. In zo'n situatie kan de therapeut dit benoemen: "Je zegt dat je je ontspannen voelt, maar ik merk dat je handen gespannen zijn. Wil je daar iets meer over vertellen?"

  • Het belang van stiltes:

Hoe gebruik je stiltes effectief?

Stiltes kunnen ongemakkelijk voelen, maar in therapie kunnen ze waardevol zijn. Ze geven de cliënt de ruimte om na te denken en hun gevoelens te verwerken. De therapeut moet leren comfortabel te zijn met stiltes en deze zien als een onderdeel van het proces. Na een stilte kan de therapeut bijvoorbeeld zeggen: "Neem je tijd, ik ben hier om te luisteren wanneer je er klaar voor bent om verder te gaan."

Uitwerking praktijkvoorbeeld:

Voorbeeld: Een cliënt deelt dat hij zich "oké" voelt, maar terwijl hij dit zegt, vermijdt hij oogcontact en wrijft hij constant over zijn handen.

  • Uitwerking: De therapeut kan opmerken dat de lichaamstaal van de cliënt niet overeenkomt met zijn woorden. De therapeut zou kunnen zeggen: "Je geeft aan dat je je oké voelt, maar ik merk dat je handen constant bewegen en dat je wegkijkt. Misschien voel je je toch niet helemaal oké?" Dit geeft de cliënt de ruimte om dieper in te gaan op zijn werkelijke gevoelens.

Oefeningen:

1.:

Doel: studenten oefenen met actief luisteren en reflectief communiceren.

Opzet: laat studenten in tweetallen werken. Eén student deelt een persoonlijke ervaring terwijl de ander reflectief luistert en de gevoelens en emoties van de verteller probeert te identificeren. Na afloop wisselen ze van rol.

Reflectie: bespreek als groep hoe het is om alleen te luisteren zonder meteen advies te geven of te oordelen. Hoe voelde de verteller zich? Werd hij/zij echt gehoord?

2.:

Doel: studenten leren parafraseren om hun luistervaardigheden te versterken.

Opzet: één student speelt de rol van cliënt en vertelt een verhaal of probleem. De andere student parafraseert wat er is gezegd, bijvoorbeeld: "Dus wat je zegt is dat je je overweldigd voelt door de druk op je werk." Daarna wisselen de rollen.

Reflectie: na de oefening bespreken de studenten in hoeverre het parafraseren hun begrip van het verhaal verbeterde. Heeft het de cliënt geholpen om zich gehoord te voelen?

3.:

Doel: studenten leren aandacht te besteden aan non-verbale communicatie.

Opzet: in tweetallen oefenen studenten met een kort gesprek waarin ze proberen aandacht te besteden aan de non-verbale signalen van de ander. Vervolgens benoemen ze wat ze zagen: "Ik merkte dat je handen begonnen te trillen toen je over je familie sprak."

Reflectie: bespreek wat deze non-verbale signalen hebben toegevoegd aan het gesprek. Wat werd er niet uitgesproken, maar toch gecommuniceerd?

Onderwerp 5: Beëindigen van de therapeutische relatie

Theorie met concrete uitleg:

  • Wanneer en hoe beëindig je de therapeutische relatie?

Wat is het juiste moment om een relatie te beëindigen?

Het beëindigen van de therapeutische relatie kan om verschillende redenen plaatsvinden, zoals het bereiken van de doelen van de therapie, een impasse in het proces, of de wens van de cliënt om te stoppen. Het is belangrijk dat de therapeut regelmatig evalueert of de therapie nog steeds nuttig is voor de cliënt. Bij het opstellen van het behandelplan kunnen ook al indicaties gegeven worden voor wanneer de relatie waarschijnlijk zal eindigen.

Hoe beëindig je de relatie op een constructieve manier?

Een beëindiging moet altijd zorgvuldig worden voorbereid. Het is belangrijk om dit in fases te doen, waarbij de therapeut ruim van tevoren met de cliënt bespreekt dat de therapie ten einde loopt. De therapeut kan bijvoorbeeld beginnen met het bespreken van de vooruitgang van de cliënt en daarna samen reflecteren op wat er is bereikt. Vervolgens kan worden besproken of verdere behandeling nodig is of dat de cliënt zelfstandig verder kan. Het beëindigen van de relatie kan ook een afsluitingssessie bevatten waarin de ervaringen van de cliënt en therapeut worden gedeeld.

  • Het bespreekbaar maken van de beëindiging
  • Hoe voer je het gesprek over beëindiging?

De therapeut moet duidelijk en open communiceren over het beëindigen van de relatie. Dit kan door te zeggen: "We hebben een aantal van de doelen bereikt die we aan het begin hebben gesteld. Misschien is het tijd om na te denken over het beëindigen van onze sessies." Het is belangrijk dat de cliënt de ruimte krijgt om zijn of haar gevoelens over de beëindiging te delen. In sommige gevallen kan de cliënt angstig zijn om te stoppen, en deze gevoelens moeten worden erkend en besproken.

  • Hoe ga je om met weerstand van de cliënt?
  • Soms kan een cliënt weerstand bieden tegen het beëindigen van de relatie, vooral als er een sterke band is ontstaan. De therapeut moet in dit geval zorgvuldig omgaan met de emoties van de cliënt en uitleggen dat het stoppen van de therapie geen einde betekent aan hun persoonlijke groei. De therapeut kan ook verwijzen naar mogelijke bronnen van ondersteuning buiten de therapie, zoals zelfhulpgroepen of vervolgtrajecten. Ook kan de aandacht worden gebracht naar de groei en de resultaten die al zijn behaald om het vertrouwen in eigen kunnen en zelfstandig verder gaan te versterken.
  • Het belang van een afsluitingsritueel:

Hoe creëer je een positief afsluitingsritueel?

Het is nuttig om een ritueel of afsluitend gesprek te plannen waarin zowel de therapeut als de cliënt reflecteren op de reis die ze samen hebben afgelegd. Dit kan een manier zijn om de cliënt een gevoel van afronding en voldoening te geven. Voorbeelden van afsluitingsrituelen zijn het gezamenlijk bespreken van de successen van de cliënt, of een symbolisch moment zoals het schrijven van een brief aan hun toekomstig zelf.

Uitwerking praktijkvoorbeeld:

Voorbeeld: Een cliënt heeft zijn doelen grotendeels bereikt, maar voelt zich onzeker over het beëindigen van de therapie.

  • Uitwerking

De therapeut kan het gesprek beginnen door te benoemen wat de cliënt heeft bereikt: "We hebben samen veel bereikt en ik zie de vooruitgang die je hebt geboekt. Ik denk dat het een goed moment is om te praten over hoe we onze sessies kunnen afronden." De therapeut erkent ook de zorgen van de cliënt: "Het is begrijpelijk dat je je onzeker voelt over het stoppen van de sessies. Laten we bespreken wat je nodig hebt om je voorbereid te voelen op deze verandering."

Oefeningen:

1.:

Doel: studenten leren hoe ze het gesprek over het beëindigen van de therapeutische relatie kunnen voeren.

Opzet: laat studenten in tweetallen werken waarbij de ene student de rol van therapeut speelt en de ander de rol van cliënt. De 'therapeut' moet het gesprek over het beëindigen van de relatie aangaan, waarbij hij/zij reflecteert op de vooruitgang en empathie toont voor eventuele onzekerheden van de cliënt.

Reflectie: na afloop bespreken studenten hoe het voelde om het beëindigingsgesprek te voeren. Welke uitdagingen kwamen ze tegen en hoe gingen ze hiermee om?

2.:

Doel: studenten leren omgaan met cliënten die weerstand bieden tegen het beëindigen van de therapie.

Opzet: in rollenspellen neemt een student de rol van cliënt aan die moeite heeft om de therapie los te laten. De andere student speelt de therapeut en moet een constructief gesprek voeren waarin hij/zij de weerstand erkent maar de cliënt toch helpt om de therapie op een goede manier af te sluiten.

Reflectie: na afloop bespreken studenten welke technieken ze hebben gebruikt om met de weerstand om te gaan en wat volgens hen goed werkte.

.

Onderwerp 6: Professionele zelfzorg voor de therapeut

Theorie met concrete uitleg:

  • Het belang van zelfzorg voor therapeuten:

Waarom is zelfzorg essentieel voor therapeuten?

Therapeuten worden regelmatig blootgesteld aan de emotionele en psychologische lasten van hun cliënten. Zonder goede zelfzorg kan dit leiden tot burn-out of emotionele uitputting. Zelfzorg betekent zowel fysieke als mentale balans behouden en regelmatig tijd nemen voor reflectie en ontspanning.

  • Vormen van zelfzorg:

Hoe implementeer je zelfzorg in je dagelijkse routine?

Zelfzorg kan vele vormen aannemen, zoals het inlassen van rustperiodes tussen sessies, zorgen voor een gezonde werk-privébalans, en deelnemen aan supervisie of intervisie om moeilijke gevallen te bespreken. Fysieke zelfzorg kan inhouden dat je regelmatig beweegt en voldoende slaapt, terwijl emotionele zelfzorg vraagt om ruimte voor ontspanning, reflectie en het uiten van je eigen gevoelens, bijvoorbeeld door te journalen of meditatie en persoonlijke begrenzing.

  • Supervisie en intervisie als zelfzorginstrument:

Hoe helpt supervisie bij zelfzorg?

Supervisie biedt therapeuten de kans om casussen te bespreken en emotionele belasting te verwerken met een ervaren collega. Dit voorkomt dat de therapeut zich geïsoleerd voelt of emotioneel vastloopt in het werk. In een supervisiesessie kan een therapeut reflecteren op de uitdagingen die hij/zij tegenkomt, feedback ontvangen en persoonlijke ervaringen delen die te maken hebben met de professionele praktijk.

  • Omgaan met secundaire traumatisering:

Wat is secundaire traumatisering?

Secundaire traumatisering (ook wel secundaire traumatische stress genoemd) ontstaat wanneer iemand indirect wordt blootgesteld aan trauma, bijvoorbeeld door het intensief luisteren naar de verhalen van getraumatiseerde mensen. Dit komt vaak voor bij therapeuten, hulpverleners, coaches, artsen, maatschappelijk werkers, en ook bij naasten van mensen met trauma.

Hieronder vind je een overzicht van veel voorkomende lichamelijke en psychische signalen van secundaire traumatisering:

  • Psychische signalen van secundaire traumatisering: 
  • Intrusieve gedachten of beelden

Je blijft beelden of verhalen van cliënten voor je zien, ook buiten werktijd.

  • Nachtmerries

Over de inhoud van de trauma’s van anderen, of gevoelens van onveiligheid.

  • Vermijdingsgedrag

Niet meer willen werken met bepaalde cliënten of thema’s.

Niet willen nadenken of praten over bepaalde zaken.

  • Emotionele uitputting

Gevoelens van leegte, futloosheid, geen energie meer om te geven.

  • Prikkelbaarheid of woede

Sneller geïrriteerd raken, uitbarstingen of innerlijke frustratie.

  • Angst of paniekklachten

Overweldigd raken, paniekaanvallen, verhoogde alertheid.

  • Somberheid of depressieve gevoelens

Gevoelens van zinloosheid, verdriet, of hopeloosheid.

  • Verlies van empathie of cynisme

Jezelf afsluiten, gevoelloos worden, denken: “Het maakt toch allemaal niks uit.”

  • Verstoorde identiteit of zelfbeeld

Je voelt je minder competent als hulpverlener of twijfelt aan je rol.

  • Overbetrokkenheid of reddergedrag

Je voelt de drang om alles op te lossen voor de ander, voelt je over-verantwoordelijk.

Lichamelijke signalen van secundaire trauma

  • Slaapproblemen

Moeite met inslapen, vaak wakker worden, onrustige nachten.

  • Chronische vermoeidheid

Zelfs na voldoende slaap voel je je uitgeput.

  • Hoofdpijn of migraine
  • Maag- en darmklachten

Misselijkheid, opgeblazen gevoel, buikpijn.

  • Spierpijn en spanning

Nek, schouders, kaak – vaak onbewuste aanspanning van het lichaam.

  • Hartkloppingen of verhoogde bloeddruk

Lichamelijke tekenen van chronische stress of paniek.

  • Verstoorde eetlust

Overeten of juist weinig eetlust.

  • Verlaagde weerstand

Regelmatig verkouden of ziek, vatbaarder voor infecties.

.

Langetermijngevolgen als secundair trauma niet wordt herkend

  • Burn-out
  • Depressie
  • Onvermogen om je werk goed te doen
  • Verminderde kwaliteit van leven
  • Relatieproblemen

Het herkennen van tekenen van secundaire traumatisering is cruciaal. Zelfzorgstrategieën zoals meditatie, Do-In, mindfulness of therapie voor therapeuten kunnen helpen om de impact van secundaire traumatisering te verminderen.

Uitwerking praktijkvoorbeeld:

Voorbeeld: Een therapeut merkt dat hij/zij zich steeds meer uitgeput voelt na sessies met een cliënt die zware trauma's bespreekt.

  • Uitwerking

De therapeut kan reflecteren op de situatie tijdens supervisie: "Ik merk dat ik me na onze sessies vaak moe en leeg voel. Dit is een signaal dat ik zelfzorg moet toepassen. Misschien kan ik mijn grenzen beter bewaken door meer rust tussen de sessies in te plannen of door mijn eigen gevoelens na de sessie actief te verwerken via mindfulness, meditatie, bewegen/sporten of erover praten met iemand."

Oefeningen:

1.:

Doel: studenten leren tekenen van secundaire traumatisering bij zichzelf en collega's herkennen.

Opzet: creëer scenario’s waarin therapeuten met zware trauma's van cliënten worden geconfronteerd. Studenten reflecteren op welke signalen ze bij zichzelf zouden opmerken als ze secundair getraumatiseerd zouden raken. Wat kunnen ze doen om deze impact te verminderen?

Reflectie: bespreek in de groep hoe therapeuten elkaar kunnen ondersteunen en wat ze zouden kunnen doen als ze secundaire traumatisering bij een collega waarnemen.

.

Onderwerp 7: Tegenoverdracht en beheersing daarvan

Theorie met concrete uitleg:

  • Wat is tegenoverdracht?:

Hoe ontstaat tegenoverdracht?

Tegenoverdracht treedt op wanneer de therapeut zijn of haar eigen emoties of ervaringen op de cliënt projecteert. Dit kan bewust of onbewust gebeuren en kan de therapeutische relatie beïnvloeden. Een voorbeeld van tegenoverdracht is wanneer een cliënt de therapeut doet denken aan een ouder of partner, waardoor de therapeut anders reageert dan objectief noodzakelijk is.

  • Hoe herken je tegenoverdracht?

Hoe ontdek je dat je als therapeut betrokken raakt in tegenoverdracht?

Het herkennen van tegenoverdracht vraagt om zelfbewustzijn en reflectie. Een signaal kan zijn dat je sterke positieve of negatieve emoties voelt naar een cliënt die niet direct verband houden met wat er in de sessie gebeurt. Het bijhouden van een persoonlijk dagboek of reflecteren tijdens supervisie kan helpen om tegenoverdracht te identificeren.

  • Hoe beheers je tegenoverdracht?

Hoe voorkom je dat tegenoverdracht de therapie schaadt?

Het belangrijkste is dat de therapeut zijn/haar eigen emoties erkent en verwerkt buiten de sessie, bijvoorbeeld door supervisie of persoonlijke therapie. Wanneer tegenoverdracht wordt herkend, kan de therapeut er open over zijn, zonder het op de cliënt te projecteren. Bijvoorbeeld: "Ik merk dat ik deze sessie sterk emotioneel reageer op wat je zegt. Dat is iets waar ik zelf naar moet kijken." Het benoemen van tegenoverdracht kan ook helpen de therapeutische relatie te versterken door het proces transparanter te maken.

Uitwerking praktijkvoorbeeld:

Voorbeeld: Een therapeut merkt dat hij/zij zich sterk beschermend opstelt tegenover een cliënt, omdat de cliënt doet denken aan een jonger familielid.

  • Uitwerking: de therapeut kan deze gevoelens tijdens supervisie bespreken: "Ik voel me te beschermend tegenover deze cliënt, alsof ik ze wil redden. Dit doet me denken aan mijn jongere zus, en ik denk dat dit mijn werk beïnvloedt." De supervisor kan helpen om te onderzoeken hoe de therapeut deze gevoelens kan beheren zonder de professionele grens te overschrijden.

Oefeningen:

1.:

Doel: studenten leren hun eigen emotionele reacties tijdens sessies te herkennen.

Opzet: laat studenten na een rollenspel reflecteren op hun gevoelens en analyseren of er sprake was van tegenoverdracht. Wat veroorzaakte deze emoties en hoe zouden ze er in een echte therapeutische setting mee omgaan?

Reflectie: studenten bespreken in de groep hoe ze tegenoverdracht in de toekomst kunnen voorkomen of beheersen.

Korte samenvatting en kader voor een therapeutisch gesprek 

Kader voor een therapeutisch gesprek

1. Voorbereiding en setting

  • Veilige ruimte: zorg voor een rustige omgeving waarin de cliënt zich veilig voelt.
  • Open en neutrale houding: laat verwachtingen en oordelen los, wees volledig aanwezig.
  • Doel en intentie: weet vooraf wat het doel is van het gesprek en stem dit eventueel af met de cliënt.

2. Start van het gesprek – contact en vertrouwen

  • Welkom & afstemming: creëer een open sfeer en check hoe de cliënt erbij zit.
  • Contractering: maak afspraken over tijd, doel en grenzen van het gesprek.
  • Actieve luisterhouding: oogcontact, open lichaamstaal en verbale aanmoediging (knikken, "hm", "ik begrijp het").
  • Empathie tonen: benoem wat je ziet en hoort (“Ik merk dat dit je raakt, klopt dat?”).

3. De kern van het gesprek – verkennen en verdiepen

  • Open vragen stellen: gebruik vragen zoals “Kun je daar meer over vertellen?” of “Wat betekent dat voor jou?” of “Hoe voelt dat?” en “Waar in je lichaam kun voel je dit?”
  • Reflecteren & samenvatten: geef terug wat je hoort (“Dus als ik het goed begrijp, voel je je… omdat…”).
  • Verdieping en doorvragen: gebruik technieken zoals:

Doorvragen op emoties: “Wat voel je precies als dat gebeurt?”

Patronen herkennen: “Zie je dit ook in andere situaties?”

Herformuleren: “Dus je zegt dat je geen keuze had, maar wat als je het anders bekijkt?”

  • Stiltes laten vallen: Geef ruimte voor reflectie en verwerking.

4. Mogelijke interventies – van inzicht naar actie

  • Herkennen van belemmerende overtuigingen: “Welke gedachte houdt je tegen?”
  • Reframing: “Wat als je hier anders naar zou kijken?”
  • Oefeningen of opdrachten: afhankelijk van de context (bv. ademhaling, lichaamsbewustzijn, schrijfopdracht).
  • Zelfreflectie stimuleren: “Wat neem je uit dit gesprek mee?”

5. Afronding – samenvatten en toepassen

  • Belangrijkste inzichten benoemen: wat heeft de cliënt ontdekt of geleerd?
  • Concrete stappen bespreken: “Wat zou een eerste kleine stap kunnen zijn?”
  • Evalueren en afronden: hoe voelt de cliënt zich na het gesprek? Is er iets nodig om goed af te sluiten?

.

Essentiële houding van de therapeut

  • Oordeelloos en open-minded zijn
  • Echt luisteren zonder direct oplossingen te geven of advies
  • Aanwezig zijn in het moment (mindful luisteren)
  • De cliënt eigen regie geven
  • Grenzen bewaken en helder communiceren
  • Spiegelen en doorvragen 
  • Door weerstand heen durven prikken ’ caring confronting’ zijn  met als doel de eigen kracht en regie naar boven te halen en in te zien dat gedachten waar heilig in werd geloofd, niet waar zijn en een nieuwe ruimte ontstaat
  • Niet-weten toelaten: je hoeft niet alles op te lossen, maar ruimte creëren voor zelfonderzoek.
  • De cliënt als expert zien: jij begeleidt, maar de cliënt heeft de antwoorden in zich
  • Grenzen bewaken: wees helder over wat wel/niet binnen jouw rol als therapeut valt.